De afgelopen periode hebben we veel interviews gehouden met managers en bestuurders die kanker hebben (gehad). Aan de hand van deze gesprekken en de richtlijnen van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) hebben we het programma ontwikkeld. Hieronder volgen enkele pregnante uitspraken uit deze interviews:

Kanker neemt veel van je weg, maar toch is het de periode waarin je het meest groeit.

Kanker wil ik leren integreren in mijn leven. Niet overwinnen. 

De buitenwereld verandert niet, maar hoe ik het ervaar verandert.

Ik zie nu ik kanker heb, dat mijn organisatie ook een hele andere kant heeft: medeleven, aandacht en liefde.

Vroeger was ik heel erg betrokken bij mijn werk, nu ben ik betrokken en wil ik er ook graag zijn.

Ik wil graag aan het werk. Ik wil waarde toevoegen. Maar is er nog plek voor mij? Kan ik wel op hetzelfde niveau terugkomen?

Het leven is geen spel dat je kunt winnen of verliezen. Soms heb je gewoon pech of geluk. Dat geldt ook voor leidinggeven. Het gaat erom hoe je daarmee omgaat.

We kunnen in onze organisaties niet accepteren dat niet alles leuk is en dat pijn bestaat. 

Ik leer nu zoveel, maar wat doe ik ermee?

Ik ben altijd enthousiast sporter geweest en daarom ben ik goed door de operatie en chemokuren gekomen. Gedurende die kuren heb ik echter pas gemerkt hoe belangrijk voeding voor mij is. Omdat ik zwakker ben merk ik direct de impact van goed eten op mijn gestel.

Zodra bekend werd dat ik kanker had werd ervan uitgegaan dat ik alles uit mijn handen zou laten vallen. Artsen en medewerkers benadrukten dat ik veel tijd aan mijzelf moest besteden. Alsof ik na jaren organisaties geleid te hebben ineens fulltime op de bank zou kunnen zitten. Juist betrokken blijven bij de organisatie en te denken wat ik wel en niet kan doen is voor mijn herstel en reïntegratie van belang.

Ik ga deze ziekte overwinnen. Ik ben een vechter en kom hier sterker uit. Ik sport 3 keer in de week in de sportschool en ben iedere dag een half uur buiten. Die discipline helpt mij om niet continu met de ziekte bezig te zijn. Fysiek zo fit als mogelijk zijn zijn helpt me.

Als eindverantwoordelijke ben ik natuurlijk ook niet onvervangbaar in mijn organisatie. Maar vervanging is wel een stuk lastiger. Tegelijkertijd wil ik ook betrokken blijven en zeker weer terugkeren zodra ik hersteld ben.

Ik ben een completer en fitter mens geworden. Ik heb nu beter inzicht waar ik mee bezig was en waar ik mee bezig wil zijn. Tegelijkertijd realiseer ik mij ook dat je geluk moet hebben. Het is niet eenieder gegeven beter te worden, hoe hard je er ook aan werkt.

Het is tijd om het taboe in de boardroom te doorbreken. Ziekte mag niet bestaan. Commissarissen zijn bang dat het beursgevoelige informatie is en dat de koers van het bedrijf zal kelderen. Een CEO kan dan niet ziek zijn. Maar hij is het wel.

Lance Armstrong was destijds mijn hero. Ik heb ook een volgersgroep via de email opgericht om met iedereen het beloop van mijn ziekte te delen. Ik kreeg daar veel reacties op die mij stimuleerden.

Ik liep de 7 Heuvelenloop met de laatste chemo in mijn lichaam. Ik had mijzelf een ambitieus doel gesteld en dat heb ik gehaald. Doelen halen vergroot mijn veerkracht. Ik ben meer dan een patiënt.

Toen mijn secretaresse kanker kreeg merkte ik dat lichaam en geest niet een zijn. Haar geest bleef helder, krachtig en liefdevol terwijl haar lichaam het opgaf. Ik zag het als mijn taak om lichtheid in haar laatste jaren te brengen. Onze band was intens en we hebben prachtig afscheid kunnen nemen.